Afrodite

Louis Couperus (1863–1923)

Couperus

AfroditeZie, als een rozeblad wiegelt zich blinkendOver de glinsterig-schuimende golven,Zacht door de zoelte gestuwd AfroditesPaerlige schulp...Luikend de fulpig-omwimperde scheelen,Wringt zij zich, godlijk-zoet lachend, de lokken...Goudene lach om heur lippen! Uw glorenDooft dat der zon!Rank als een lier zijn heur armen geheven;Golvende rondt zich haar zilvrige heupe,Rondt zich de dauwende leliënboezem,Dubbel geroosd...Zoo, als in nimben van glans zich omneevlend,Schittert de schoone op haar schomlende schulpe...Weeldeziek effent de wisplende zoelte't Blauwende pad...